Regenboog modules

Opbouw van een thema

De leerkrachten werken 8 weken met een thema en ze gebruiken 1 week om het thema af te sluiten. Elk thema heeft een universele opbouw. Er wordt begonnen met een inleidend verhaal of prenten-knieboek. Daarna worden de 8 Regenboog-modules om de beurt aangeboden. Om het voor de kinderen visueel duidelijk te maken wat voor soort activiteit er volgt zijn er van iedere kleur pictogrammen ontwikkelt van Regenboogkinderen die tijdens de activiteit opgehangen kunnen worden.

De Regenboog-modules zijn goed te rouleren. Elke module begint met een introductie, hier worden de praatplaten met aanwijsverhaal, gedicht en diverse activiteiten voor gebruikt.

Per module is er een variatie aan activiteiten die geschikt zijn voor individueel gebruik of voor een kleine groep of grote groep. De duur van een activiteit hangt af van de spanningsboog van de kinderen en de soort activiteit. Sommige activiteiten vergen meer voorbereidingstijd. Dit staat onder de duur van die specifieke activiteit vermeld. Denk bijvoorbeeld aan toneelspelen of een poppenkastspel. De kinderen worden in de gelegenheid gesteld om te oefenen voor een voorstelling.

Omdat de spanningsboog per kind of groep verschillend kan zijn staat er globaal een tijd aangegeven. Tot slot is het belangrijk dat leerkrachten de hele duur van de activiteit aanwezig zijn en de kinderen doelgericht begeleiden.

rood  rood2  oranje geel  groen  rozeblauw  paars